Ee Boodschap van Amma en Bhagavan
In een wereld waarin de mensheid zich bedreigt voelt door sociale onrust, door overbevolking
en oorlog, door afschrikwekkend geweld en harteloosheid, is ieder mens meer dan ooit geneigd, zich te richten op zijn eigen
overlevingsstrategie
Het begrip “survival” heeft een manier van verstandig leven teweeg gebracht,
in gelukkige omstandigheden en zonder al te veel druk of inspanning. Een ieder vertaalt het begrip “overleven”
naar zijn eigen maatstaven. De idealist stelt zich een manier van leven voor die niet van deze tijd is. Theoretici, of ze
nu Marxist, van een godsdienstige of van een andere levensovertuiging zijn, ze hebben ieder hun eigen model ontwikkeld om
te overleven. Nationalisten denken dat overleven alleen mogelijk is binnen een bepaalde groep of gemeenschap. Deze ideologische
verschillen, idealen en geloofsovertuigingen zijn er de oorzaak van dat er een onderlinge verdeeldheid heerst, die het overleven
van de mensheid in de weg staat.
Mensen willen overleven op hun eigen manier, gebaseerd op hun eigen beperkte impulsen,
overeenkomstig hun korte termijn pleziertjes, gebaseerd op een of ander geloof. Al deze dingen kunnen op geen enkele wijze
enige zekerheid bieden, omdat de mensen in zichzelf verdeeld zijn, elkaar wederzijds uitsluiten en begrensd functioneren.
Het vertrouwen op een overlevingsstrategie die gebaseerd is op een traditie, of dit nu een lange of een korte traditie is,
heeft geen enkele betekenis. Deeloplossingen van welke soort dan ook, wetenschappelijke, godsdienstige, politieke of economische,
kunnen aan de mensheid niet langer een overlevingskans garanderen. De mens heeft zich bezig gehouden met zijn eigen individuele
overleven, met zijn familie, zijn groep en zijn land en omdat dit alles alleen maar verdeeldheid heeft gezaaid, bedreigt dit
nu zijn eigenlijke overleven.
De moderne onderverdelingen in nationaliteiten, huidskleuren, culturen en godsdiensten
zijn de oorzaak van de onzekerheid die mensen ervaren ten aanzien van hun overleven. De beroeringen in de wereld van vandaag
hebben de mens doen wenden tot autoriteiten, tot politieke, godsdienstige of economische deskundigen. De specialist is onvermijdelijk
een groot gevaar omdat zijn kijk op de dingen altijd een beperkte en begrensde kijk is. De mens is niet langer een enkeling,
afgescheiden van anderen. Datgene dat zich voordoet aan enkelen, beïnvloed de hele mensheid. Er is geen ontsnappen of ontwijken
mogelijk aan dit gegeven. Men kan zich niet langer afwenden van de alomvattende hachelijke situatie waarin de mensheid verkeert.
We kunnen onmogelijk overleven als we ons alleen bezig houden met onze eigen overlevingsstrategie.
Alle menselijke wezens in deze wereld zijn met elkaar verbonden. Dat wat in het ene land gebeurt, beïnvloedt alle andere landen.
De mens ziet zichzelf als een individu, afgescheiden van alle anderen, maar in psychologisch zin is ieder mens onafscheidelijk
verbonden met de hele mensheid.
Er bestaat niet zoiets als een psychologisch overleven. Als er al een dergelijk verlangen
of zo’n behoefte om op die manier te overleven zou bestaan, dan schept men een psychologische klimaat dat niet alleen
meer scheiding teweeg brengt maar dat bovendien totaal onrealistisch is. In psychologische zin kun je niet afgescheiden zijn
van anderen en de wens om in psychologische zin afgescheiden te zijn, is de grootste oorzaak van gevaar en vernietiging. Iedere
persoon die zijn eigen rechten doet gelden is een bedreiging voor zijn eigen voortbestaan. Dit opkomen voor afgescheidenheid vernietigt ons vermogen om samen te werken, om met de natuur samen te werken, om samen
te werken met alles dat leeft inclusief onze medemensen. In plaats van als sociale wezens te leven, leven we voor onszelf.
Onze wetten, onze regeringen, onze godsdiensten benadrukken allemaal de afgescheidenheid van de mens. Dit heeft in de loop
van de eeuwen een toestand geschapen waarin het gaat om mens tegen mens. Het wordt meer en meer belangrijk, als we tenminste
willen overleven, dat er een gevoel van samenwerking ontstaat met het universum, met alle dingen van de zee en van deze aarde.
Men kan in alle sociale structuren het vernietigende effect van fragmentatie waarnemen,
land tegen land, groep tegen groep, familie tegen familie, het ene individu tegen het andere. Dit alles vindt plaats op godsdienstig,
sociaal en economisch niveau. Een ieder streeft zijn eigen belang na, of het belang van zijn klasse of zijn eigen belang in
de gemeenschap. Het onderscheid in overtuigingen, idealen, oordelen en vooroordelen voorkomt dat de geest van samenwerking
kan opbloeien. We zijn menselijke wezens en geen stamgebonden entiteiten, exclusief en van elkaar gescheiden. We zijn menselijke
wezens die gevangen zitten in gevolgtrekkingen, theorieën en overtuigingen. We zijn levende wezens en geen dingen waar een
etiket aanhangt. Het is onze menselijke omstandigheid waarin we verzeild zijn geraakt, die ons doet zoeken naar voedsel, kleding
en onderdak ten koste van anderen. Ons hele denkpatroon beweegt zich in afgescheidenheid
en al het handelen dat voortkomt uit het kleine “ik” moet samenwerking zien te voorkomen. De economische en de
sociale structuren, zoals we die kennen, inclusief de georganiseerde godsdiensten, verstevigen het gevoel van exclusiviteit
en afgescheidenheid. Dit gebrek aan samenwerking veroorzaakt uiteindelijk oorlogen en de vernietiging van mensenlevens. Alleen
ten tijde van crisis en rampen lijkt het er op dat we weer tot elkaar komen, maar als alle leed geleden is gaan we weer over
tot de orde van de dag. Het lijkt er op dat we niet in staat zijn om in harmonie met elkaar te leven en te werken.
Komt het door onze hersenen, die immers het centrum van onze gedachten en gevoelens
zijn, dat deze op zichzelf gerichte en agressieve handelswijze naar buiten is gekomen?
Onze hersenen zijn immers sinds onheugelijke tijden op individueel overleven gericht, hetgeen ontstond door de noodzaak
van het individu. Komt het door het proces van afzondering dat men zich identificeert met de familie, met de groep en met
het verheerlijken van nationalisme? Is niet iedere vorm van isolationisme verbonden met de noodzaak tot identificatie en vervulling?
Is niet de belangrijkheid van het “ik” door de evolutie heen gecultiveerd door de tegenstelling “ik”
en “jij”, en “wij” en “zij”? Heeft niet iedere godsdienst de nadruk gelegd op persoonlijke
zaligmaking, persoonlijke verlichting, persoonlijk succes zowel in religieuze zin als in het hebben van succes in de wereld?
Is samenwerking een onmogelijke zaak geworden omdat we zo’n belang hebben gehecht aan dit gevoel van afgescheiden te
zijn? Is het omdat menselijke samenwerking is opgehangen aan een of andere vorm
van autoriteit van een regering, of godsdienst, of aan een of andere ideologie,
of een besluit dat werd genomen. Dit alles roept onvermijdelijk zijn eigen vernietigend tegendeel in het leven.
Wat betekent het om samen te werken, niet naar de letter maar naar de geest? Je kunt
onmogelijk samenwerken met iemand anders, met de aarde en het water daarop, tenzij je met jezelf in harmonie bent, niet verdeeld,
niet met jezelf in tegenspraak. Je kunt niet samenwerken als jij zelf onder spanning en onder druk staat en met conflicten
leeft. Hoe kun je samenwerken met het universum als je bekommerd bent om jezelf, je problemen en je ambities. Er kan geen
sprake zijn van samenwerken als al je activiteiten zelfzuchtig zijn en je in beslag wordt genomen door egoïsme, met je eigen
verborgen verlangens en pleziertjes. Zolang als het intellect, met zijn gedachten, in al je handelingen dominant aanwezig
is, dan kan er zeker geen sprake zijn van samenwerking, want zelfzuchtige gedachten zijn bevooroordeeld, beperkt en zaaien
eindeloze verdeeldheid. Samenwerken vereist een grote mate van eerlijkheid. Eerlijkheid kent geen beweegreden. Eerlijkheid
is niet een of ander ideaal, een of ander geloof. Eerlijkheid is helderheid, dat wil zeggen de heldere waarneming van de dingen
zoals ze zijn. Waarnemen is aandacht. Deze absolute waarneming werpt, met al haar energie, licht op datgene dat wordt geobserveerd.
Dit licht van waarnemen veroorzaakt een transformatie van het voorwerp dat geobserveerd wordt. Er bestaat geen methode waarmee
je samenwerken kunt leren. Het is niet in structuren te gieten en te classificeren. Haar absolute karakter vraagt om liefde
en liefde is nu eenmaal niet meetbaar. Immers als je gaat vergelijken, en de essentie van meten is vergelijken, dan is het
“ik” binnengeslopen. Waar het ik is, is liefde per definitie niet aanwezig.
Wanneer de waarheid van dit alles wordt ingezien en begrepen, dan ondergaat de verantwoordelijkheid
van de mens een radicale verandering, niet alleen ten opzichte van zijn onmiddellijke omgeving maar ook ten opzichte van alle
levende wezens. Deze totale verantwoordelijkheid is liefde. Deze liefde handelt met behulp van intelligentie. Deze intelligentie
is niet partijdig, en werkt los van het individu. Liefde is nooit partijdig. Liefde is de heiligheid van alles dat leeft.
We hebben een probleem aan de orde gesteld en de oorzaak van het probleem. Nu moeten
we de oplossing vinden. Door geen enkele inspanning van zijn kant bestaat er voor de mens de mogelijkheid om dit probleem
op te lossen. Dit alles is alleen mogelijk wanneer je hart vervuld is van de Goddelijke aanwezigheid (the Presence). De Goddelijke
aanwezigheid stroomt in je door middel van de diksha.
Diksha zal op deze wijze helpen een nieuwe generatie menselijke wezens te scheppen,
met een nieuw vooruitzicht, met een nieuw gevoel van wereldburger te zijn, met zorg voor alle levende wezens op deze aarde.
Het is jouw belangrijke verantwoordelijkheid deze Eenheid tot leven te brengen.
Dank je wel.